Tijdens een interviewronde met medewerkers van een gemeentelijke werf (beheer en onderhoud van de openbare ruimte) ontdekken we een verontrustende werksfeer. Medewerkers spreken over pestgedrag, discriminatie, bedreigingen en zelfs fysiek geweld. Leidinggevenden houden zich afzijdig, blijven op kantoor en mijden de confrontatie met de teams die op locaties in de stad werken. In de vertrouwelijke gesprekken die we voeren, durven medewerkers slechts met moeite hun ervaringen te delen. Angst regeert. Ze vrezen represailles van de informele leiders die bij de werf de dienst uitmaken. Het resultaat? Jarenlange stilte en een diepgewortelde zwijgcultuur.
Wanneer grensoverschrijdend gedrag binnen een organisatie eindelijk aan het licht komt, reageren managers vaak met ongeloof: “Waarom weten wij hier niets van?“, “Hoe kan het dat dit nooit eerder is gesignaleerd?“ en “We hebben hiervoor loketten, waarom maken mensen daar geen gebruik van?“ De kernvraag is echter niet waarom er geen meldingen zijn, maar waarom slachtoffers zwijgen. Want zolang de stilte voortduurt, blijft verandering onmogelijk. Hieronder worden de belangrijkste oorzaken toegelicht. Vaak gaat het om een combinatie van meerdere oorzaken die met elkaar ervoor zorgen dat mensen zwijgen. Daarna komen we terug op de gemeentelijke werf en wat daar speelde.
1. Angst voor repercussies
Eén van de belangrijkste oorzaken van stilte is angst voor repercussies. Slachtoffers van grensoverschrijdend gedrag vrezen dat ze niet serieus worden genomen, dat ze zelf de schuld krijgen (bijvoorbeeld je drinkt geen alcohol of bent geen fan van voetbal), dat hun carrière eronder lijdt of dat ze te maken krijgen met vergelding door de daders. Vaak overheerst de angst dat het gedrag juist erger wordt door het te melden. Getuigen van grensoverschrijdend gedrag zijn bovendien bang dat ze, door het probleem aan te kaarten, zelf in de schijnwerpers komen te staan en zo het volgende slachtoffer worden. Daarnaast kan de sociale druk om geen ‘lastige’ collega te zijn leiden tot uitsluiting binnen het team.
2. De leidinggevende grijpt niet in
Wanneer een direct leidinggevende zich grensoverschrijdend gedraagt, is het extra lastig om dit te melden. Deze persoon beïnvloedt direct het werkplezier en de loopbaanmogelijkheden van medewerkers. Gaat het om hogergeplaatste leidinggevenden – zoals afdelingshoofden, directeuren of leden van de Raad van Bestuur – dan versterkt de grotere machtsafstand het zwijgen. Bovendien bestaat bij veel organisaties terughoudendheid om het wangedrag van leidinggevenden aan te pakken. Ook leidinggevenden die grensoverschrijdend gedrag gedogen bij anderen door het te negeren of weg te lachen, dragen bij aan een cultuur van zwijgen. De impliciete boodschap is dat dit gedrag erbij hoort en dat het ‘normaal’ wordt gevonden.
3. Onduidelijke of ontbrekende meldstructuren
Als medewerkers niet weten waar ze grensoverschrijdend gedrag kunnen melden of twijfelen aan de vertrouwelijkheid van het proces, houden ze problemen voor zich. Dat geldt ook als de meldstructuren wel zijn ingericht maar onduidelijkheid bestaat over wat een vertrouwenspersoon kan betekenen, hoe je een officiële klacht indient en wat de rol van een klachtencommissie precies is. Wanneer dit proces vaag is, kan de drempel om te melden te hoog worden waardoor klachten worden onderdrukt. Ook het ontbreken van zichtbare opvolging op meldingen vergroot het gevoel van machteloosheid en ontmoedigt mensen om hun stem te laten horen.