De gevolgen zijn groot. De gemeente kan de financiële terugval in het re-integratiebudget niet opvangen. De politiek moet fundamentele keuzes maken. Welke dienstverlening is nog mogelijk voor welke doelgroepen? De gemeenteraad stemt in met het voorstel van B&W om meer accent te leggen op mensen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt. Het betekent onvermijdelijk dat niet iedereen met een uitkering nog ondersteuning kan krijgen. Anderen behouden hun uitkering, maar ontvangen geen begeleiding meer. Mensen met een zorgbehoefte houden dezelfde ondersteuning.
Voor veel medewerkers die dagelijks werken met kwetsbare burgers, voelt dit als een groot verlies. Hoe houd je dan het werkplezier en geloof in zinvol werk in stand?
Met deze keuze verhoogt de politiek tegelijkertijd de ambitie in de uitstroom naar werk: die moet meer dan verdubbelen. Dit alles betekent voor de uitvoeringsorganisatie een verandering in structuur, werkwijze en personele inzet.
In dit artikel deel ik hoe wij als directie in deze context, met de politieke keuzes als uitgangspunt, niet alleen stuurden op resultaten, maar ook op cultuurverandering: anders denken én anders doen. We wilden de resultaatgerichtheid van de organisatie vergroten én medewerkers stimuleren om mondiger te worden en zich eigenaar te voelen van de veranderingen. Hoe pak je dat aan, midden in een complexe en politiek gevoelige realiteit? Hoe maak je van de nood een deugd?
Hoe is de cultuur?
Voordat we kunnen bouwen aan verandering, moeten we eerst goed begrijpen waar we vandaan komen. Wat is kenmerkend voor de cultuur van onze organisatie op dat moment?
Wat direct opvalt, is de sterke betrokkenheid van onze collega’s. Die betrokkenheid is een groot goed en een kracht die we absoluut niet willen verliezen. Als in een crisis de handen uit de mouwen moeten worden gestoken, is iedereen op zijn scherpst. Maar ook bij het realiseren van de veranderingen hebben we ieders geloof in de gekozen richting en oplossingen hard nodig.
We zien ook duidelijke verbeterpunten. De resultaatgerichtheid is niet optimaal. Tussentijdse resultaten worden maandelijks in een collectief overleg van managers besproken. De analyse blijft daardoor generiek en globaal. Uitschieters van individuele afdelingen naar boven en naar beneden worden beperkt verklaard en uitgediept. Afspraken over verbetering zijn vaak collectief. Wie de schoen past, trekke hem aan. Of dat gebeurt is te vrijblijvend. En, wat is de invloed van de directie op de resultaten?
Tegelijkertijd liggen onze prestaties bij de politiek onder een vergrootglas. Ze maken deel uit van de gemeentelijke begroting, en daarmee ook van de verantwoordingscyclus richting college van B&W en de gemeenteraad. Die druk is voelbaar op alle niveaus in de organisatie.
Wat ik aantref is bovendien een organisatie waarin open communicatie schaars is. De directie initieert zelf verandering, vernieuwing en verbetering. Dat doen wij aanvankelijk ook door de politiek te adviseren over de keuzes als gevolg van de bezuinigingen, waarbij het resterende re-integratiebudget wordt ingezet voor mensen met de grootste kans op werk. Het potentieel aan kennis en kunde van de werknemers wordt vooral ingezet om de lopende processen uit te voeren. Het personeel ervaart daardoor weinig prikkels om bij te dragen aan vernieuwing.