In de eerste twee fasen, die het vaakst voorkomen, ligt de nadruk op het ontwikkelen van reactievermogen met het oog op preventie. Het doel is om criminele invloeden zoveel mogelijk buiten de deur te houden én de organisatie gereed te maken voor het moment dat inmenging zich verder ontwikkelt tot Innesteling. Maatregelen en interventies zijn gericht op bewustwording en mobilisatie van medewerkers in die gevallen waar signalen van criminele inmenging zich voordoen.
Het wordt een ander verhaal als criminele invloeden zich nestelen in je organisatie. Dat is een situatie waarin meerdere personeelsleden opdrachten van criminelen uitvoeren en er een malafide subcultuur in de organisatie groeit. Of nog erger: als de prestaties van het bedrijf aangetast raken door corrumpering van meerdere personeelsleden.
Het doel van weerbaarheid tegen Innesteling en Corrumpering is om het reactievermogen van een organisatie zowel naar buiten als naar malafide subculturen binnen de eigen organisatie te realiseren. In die laatste twee fasen van criminele inmenging is het belangrijk om betrouwbare medewerkers die integer handelen actief te betrekken en te mobiliseren.
Bij corrumpering is samenwerking met politie en justitie noodzakelijk. Strafbare feiten vormen dan een mogelijkheid om malafide medewerkers uit de organisatie te verwijderen.
We gaan eerst in op wat er gebeurt als criminelen een Entree krijgen tot je organisatie of Binnendringing. Vervolgens geven we aan wat je in die fasen als management te doen staat.
Criminelen krijgen Entree tot je organisatie: hoe ziet dat eruit?
Omdat criminele inmenging het meest voorkomt op werkvloerniveau, ligt daar in dit artikel de focus. Waar relevant besteden we ook kort aandacht aan criminele inmenging die hoger in de organisatie plaatsvindt.
Probleem is dat je als ondernemer of directeur van een publieke organisatie criminele inmenging op werkvloerniveau meestal pas ziet als het al langere tijd gaande is. Het gaat immers om malafide intenties en verboden gedragingen die mensen graag geheim willen houden. Als je wacht totdat signalen van criminele inmenging klip en klaar duidelijk zijn, sta je op achterstand. In de volgende figuur wordt duidelijk wat er zich kan afspelen. De blauwe driehoek staat voor een legitieme organisatie (dat kan een bedrijf zijn, maar het kan ook staan voor een overheidsorganisatie, sportclub of zorginstelling). De rode scheve driehoek geeft een criminele organisatie weer. De rode X duidt een crimineel persoon aan en de zwarte X is iemand die weinig oog heeft voor de gevaren van criminele inmenging.

Een Entree is een eerste betekenisvol contact. Er schuilt een malafide bedoeling achter het leggen van dat contact. Vriendelijk en niet opdringerig kan de opstelling zijn. Vaak ziet dat er onschuldig uit. Mensen ontmoeten elkaar nou eenmaal. Een Entree tot je organisatie kan gevonden worden middels een kwetsbare medewerker die kampt met verslaving, of iemand die kortgeleden een naaste heeft verloren en openstaat voor begripsvol contact. Of een medewerker die is gescheiden en krap bij kas zit.
Binnen een school kan het een scholier zijn die een vriendelijk appje krijgt, waarna er een leuk chatgesprek volgt. Of: een chauffeur die voor een transportbedrijf op andere landen in Europa rijdt, krijgt zomaar een envelop met een paar honderd euro. Er zit een kaartje in met felicitaties voor zijn jarige vrouw en een telefoonnummer om te bellen.
Entree door criminelen kan ook plaatsvinden hoger in de organisatie. Bijvoorbeeld: een administratiekantoor verkeert in zwaar weer. De directeur heeft er slapeloze nachten van. Meerdere facturen zijn niet betaald vanwege betalingsproblemen met klanten. De personeels- en huisvestingskosten van het administratiekantoor lopen wel door. Een bevriende relatie wil hem wel uit de brand helpen met een renteloze lening als hij ‘op discrete wijze’ de boekhouding van een van zijn bedrijven gaat bijhouden.
Een ander voorbeeld van Entree hoger in de organisatie: bij een installatiebedrijf wordt ’s nachts een werkbus van een installateur gestolen. Wagen, gereedschap en materialen zijn al snel meer dan een ton waard, nog los van de gederfde inkomsten als er niet gewerkt kan worden. De ondernemer twijfelt of hij aangifte zal doen. Dat kost veel tijd en het is onzeker of die bus ooit terugkomt. De ondernemer neemt daarom contact op met de directeur van een bedrijf aan de overkant van de straat. Hij weet dat die contacten heeft in het criminele milieu. Het gevolg is dat de volgende dag de werkbus weer op zijn gebruikelijke parkeerplaats staat. De ondernemer begaat geen wetsovertreding, maar geeft op die manier wel een Entree voor later gevraagde wederdiensten, die moeilijk zijn te weigeren.
Voorbeelden van Binnendringing

Er is sprake van Binnendringing als een enkele medewerker herhaaldelijk malafide praktijken faciliteert of zich daar zelf schuldig aan maakt. Gaat het om meer mensen, dan zijn we een fase verder. Dan hebben we het over Innesteling. Binnendringing kan drie vormen aannemen: misbruik van bedrijfsprocessen, ronselen van een personeelslid en infiltratie door een lid van een criminele organisatie.
Misbruik van bedrijfsprocessen komt met name bij transport veel voor, omdat drugs pas marktwaarde krijgen als ze worden vervoerd naar afnemers. Een voorbeeld: de transportfunctie van een internationale fruithandel wordt ongezien misbruikt om cocaïne naar het buitenland te vervoeren. Fruit doet dan dienst als deklading. Die drugs moeten er wel worden uitgehaald. Daar moet iemand in de organisatie gelegenheid toe bieden.
Binnendringing kan ook het ronselen van een medewerker betreffen. Een chauffeur van een internationaal transportbedrijf wordt gevraagd een pakketje mee te nemen en ergens op zijn route bij kennissen af te leveren. Nederlandse waar die in dat land niet te koop is, wordt als drogreden opgegeven.
Een advocaat krijgt van een crimineel in hechtenis, die hij als strafpleiter verdedigt, een redelijk verzoek. Gevraagd wordt een verjaardagskaart te verzenden aan het jarige zoontje, niet wetende dat dat onderdeel uitmaakt van de codetaal, die binnen de criminele onderneming een heel andere betekenis heeft.
Een wederdienst kan vaker worden gevraagd. Nee zeggen doe je niet snel. Dat zou de prettige relatie verstoren. En het kan zijn dat die herhaalde diensten vergoed worden: geld, een ticket voor een voetbalwedstrijd of een verzorgde vakantie. Dat stimuleert om het vaker te doen. Dan wordt Binnendringing structureel. Dan gaat de parasitaire criminele organisatie vaker profiteren van waardevolle zaken die de getroffen organisatie te bieden heeft. Als niet wordt meegewerkt, kan het contact omslaan. Vanwege die eerdere royale vergoedingen wordt nu meer geëist. Wat begon als een vriendschappelijk contact, verandert in een relatie waarin druk en intimidatie speelt. Het eerdere meewerken aan malafide activiteiten kan als drukmiddel worden ingezet. Openbaarmaking is schadelijk voor de medewerker en kan hem zijn baan kosten. Zo wordt het geronselde personeelslid onderdeel van de criminele organisatie.
De derde vorm van Binnendringing is infiltratie. Een gemeente neemt een stagiaire aan op de financiële afdeling. Daar blijkt hij op facturen het banknummer te veranderen, zodat betalingen worden geleid naar het bankennetwerk van een criminele organisatie.
Soms komt binnendringing hoger in de organisatie voor. Een leidinggevende van de administratieve en financiële afdeling van een nutsbedrijf laat met geld van criminelen een achterdeur in het digitale abonnementensysteem inbouwen. Hierdoor kunnen fictieve abonnees worden aangemaakt die vanwege opgevoerde omstandigheden geld teruggestort krijgen. Het weggesluisde geld wordt verdeeld tussen de criminelen en het afdelingshoofd. Hierdoor krijgt een criminele organisatie vaste voet binnen de organisatie. Mocht het nodig zijn, dan kan deze invloedspositie in de toekomst ook worden gebruikt om bijvoorbeeld medewerkers van die afdeling te ronselen. Het afdelingshoofd maakt zich kwetsbaar voor chantage.
Inschatting van de eigen kwetsbaarheid
De inzet van interventies moet risicogestuurd zijn. Het voorkomen van Entree en Binnendringing begint daarom met een inschatting van de eigen kwetsbaarheid.
De Handreiking Kwetsbare Branches uit 2024 definieert meerdere economische sectoren als kwetsbaar: Transport & Logistiek, Vastgoed en Makelaardij, Horeca, Sierteelt en Detailhandel. Uit krantenberichten blijkt dat ook publieke organisaties te maken hebben met criminele inmenging, zoals gemeenten, de Belastingdienst, Rechtbanken, de Douane en zorginstellingen. De laatste tijd verschijnen er veel berichten over het hacken van informatiesystemen bij overheden (Justitiële ICT Organisatie, Ministerie van Financiën, Autoriteit Persoonsgegevens, Raad voor de Rechtspraak) en bedrijven (Booking.com, De Bijenkorf, ING, Ace&Tate, Bol.com, Ajax, Odido).
Voor een inschatting van de eigen kwetsbaarheid kijk je naar drie aspecten:
1. Aantrekkelijkheid
Behoort je bedrijf tot een van de genoemde kwetsbare sectoren? Welk deel van dat bedrijfsproces is voor criminelen aantrekkelijk (transport, opslag, informatie, financiële infrastructuur)?
2. Toegankelijkheid
Misbruik van bedrijfsprocessen is gemakkelijker als onbevoegden eenvoudig toegang kunnen krijgen tot het bedrijfsterrein of de gebouwen. Ook het ronselen van medewerkers is gemakkelijker als een personeelslid te maken heeft met schulden, verslavingsproblemen of eenzaamheid. Criminelen kunnen daar misbruik van maken en daarmee mensen voor zich proberen te winnen. De kans daarop is ook groter als er weinig sociale controle is op de werkvloer. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer medewerkers veel zelfstandig en op locatie bij klanten werken. Ook het werken met veel ingehuurd personeel kan tot gevolg hebben dat de sociale controle beperkt is. Dat geldt in het bijzonder wanneer een deel van het ingehuurde personeel de Nederlandse of Engelse taal niet goed beheerst.
Tot slot kan een organisatie kwetsbaarder zijn voor infiltratie als er tijdens sollicitatieprocedures weinig aandacht is voor mogelijke infiltratierisico’s. Ook personeelstekorten kunnen hierbij een rol spelen. De druk om snel nieuwe medewerkers aan te nemen kan dan groter zijn dan de aandacht voor mogelijke risico’s op criminele inmenging.
3. Reactievermogen
Een organisatie wordt kwetsbaar als zij onvoldoende in staat is om te reageren op signalen of vermoedens van criminele inmenging. Als medewerkers niet weten wat signalen zijn, hoe zij deze kunnen herkennen en wat zij moeten melden, kan de organisatie moeilijk in actie komen. Dat geldt ook als niet duidelijk is waar medewerkers met een signaal of een vermoeden naar toe moeten en wat er vervolgens met die melding gebeurt.
Ook de organisatiecultuur speelt hierin een belangrijke rol. Als medewerkers elkaar niet aanspreken op gedrag, kan criminele inmenging gemakkelijker onopgemerkt blijven. Hetzelfde geldt wanneer drugsgebruik binnen de organisatie voorkomt en handel in drugs daardoor minder snel als problematisch worden gezien. In zulke situaties kan de drempel om iets te melden hoger zijn.
De culturele weerbaarheid is eveneens beperkt als niet-integer gedrag vaker voorkomt zonder dat daar consequenties aan worden verbonden. Wanneer medewerkers bijvoorbeeld persoonlijk voordeel halen uit niet-integer gedrag, kan de drempel lager worden om ook financieel gewin te halen uit criminele inmenging.
Dit alles leidt tot de kernvraag: Is mijn organisatie kwetsbaar? Als dat het geval is, moet er gehandeld worden.
Opbouwen van reactievermogen
Een organisatie moet niet pas reactievermogen gaan opbouwen nadat er een signaal of melding van criminele inmenging is. Juist wanneer criminelen voor het eerst contact zoeken met de organisatie of mogelijk al zijn binnengedrongen, is het belangrijk dat de organisatie weet hoe zij kan reageren. Daarom begint het opbouwen van reactievermogen op basis van de ingeschatte kwetsbaarheid van de organisatie en niet pas naar aanleiding van een of meerdere concrete meldingen.
Daarbij zijn twee kanten van de organisatie van belang: de beleidsinfrastructuur en de cultuur. De beleidsinfrastructuur bestaat uit de strategie, doelstellingen, organisatiestructuur en bedrijfsprocessen. De cultuur gaat over de menselijke kant van de organisatie: hoe medewerkers met elkaar omgaan, welke normen en waarden zij hanteren en welk gedrag zij als normaal beschouwen. De cultuur geeft daarmee in de praktijk invulling aan het beleid. Twee organisaties kunnen op papier een vergelijkbare structuur en werkwijze hebben, maar toch heel anders functioneren doordat hun cultuur verschilt.
Infrastructuur en cultuur moeten elkaar aanvullen. Infrastructurele maatregelen scheppen de condities om een organisatiecultuur te laten ontstaan die gewenst gedrag voortbrengt: signalen opvangen, reageren, melden, samenwerking tussen leidinggevenden en werkvloer, onderlinge sociale controle. De beleidsbeslissing om een meldpunt in te stellen is niet genoeg om meldgedrag te laten ontstaan. Extra aandachtspunten in de sollicitatieprocedure invoeren, betekent nog niet dat daar steeds op wordt gelet.
Een organisatiecultuur bestaat uit drie onderdelen: gedragsrepertoire (oplossingen die mensen vaak gebruiken), mindset (gedeelde overtuigingen die gedragingen rechtvaardigen) en arena (de formele en informele invloedsverhoudingen binnen teams en afdelingen en de ongeschreven regels. Je wapenen tegen de eerste fasen van criminele inmenging betekent dat veranderingen op zowel de infrastructurele als de culturele kant worden ingezet. Beleidsmaatregelen leggen de basis. Mindsetinterventies richten zich op bewustwording. Als je niet weet waar je naar moet kijken, zie je de signalen niet. Arena-interventies zijn van belang om weerbaarheid binnen teams tot norm te maken. Gedragsinterventies stimuleren wenselijk gedrag.